woensdag, 24 juli 2013 11:00

Zijn leeuwen altijd goed? Verhaal, toneel en uitleg.

Written by
Rate this item
(0 votes)

Helaas, leeuwen kunnen ook hele enge beesten zijn. Het is helaas niet zo dat als je een leeuw bent, dat je dan altijd goede dingen doet. Kijk, een leeuw heeft macht en is sterk en die macht en die kracht kan een leeuw natuurlijk ook voor de verkeerde dingen gebruiken. Dus jongens en meisjes, ook jullie moeten er over nadenken wat je zou doen als je zo sterkt en machtig was als een leeuw. Zou je dan alleen de goede dingen doen. Een leeuw is de koning en de heerser van de Jungle maar wat zou jij doen als je de baas was van dit land en alle macht zou hebben? Ga daar maar eens over praten in je groepje en laat ons zien in een toneelstukje wat jullie zouden doen met veel macht.

We hebben het er al over gehad dat Jezus de Leeuw van Juda wordt genoemd. Jezus is goed. Maar weten jullie ook dat van de vijand van God gezegd wordt dat hij rondgaat als een brullende leeuw om te zoeken wie hij zal verslinden? Kijk daar hebben we wel een leuk spelletje voor:

Spel de apenrots

Als een leeuw trek heeft in apenkarbonade, gaat hij naar de apenrotsen. Daar springen er zoveel rond,
dat het water hem in de bek loopt. Er is echter maar één probleem. Hij kan niet bij ze komen. Ze zijn
allemaal veilig op de rots. Maar... de leeuw is slim. Hij begint gewoon te brullen. Oewahh!
De apen raken helemaal in paniek. Ze gaan springen en gillen. Sommigen pakken een tak vast. Echt, ze
schreeuwen het uit van angst. En de leeuw maar brullen. Plotseling valt er een aap van angst naar
beneden. Hij rolt langs de rots en de leeuw sleept het slachtoffer tevreden mee. Wat stom van die apen,
hè?
Ze hadden rustig kunnen blijven zitten. Ze hadden ook 'sliep uit' kunnen roepen.
Hun angst had hun parten gespeeld.
Onze rots is God. De duivel kan ons niets doen ook al brult hij nog zo hard.
*Spel
: De kinderen liggen op tafel met een aapje aan een touwtje.
Eén kind is een leeuw, die moet brullen.
De aapjes dansen naar beneden en de leeuw moet er een proberen te pakken.
Je kunthet spannender maken als de leeuw alleen maar met zijn bek mag pakken en als de aapjes dierenkoekjes zijn (petit buerre).
 
Toneel (om aan geven dat leeuwenkracht getemd kan worden door de kracht van God)
Een hete, donkere, angstige nacht bij de leeuwen
In een zaal van het Koninklijk
paleis te Babylon zitten een paar erg belangrijke mensen: ministers,
stadhouders en adviseurs. Ze praten met elkaar, terwijl bedienden rondgaan met koele dranken.
Straks zal de grote gong voor het eten luiden. De deuren van de tuin staan wijd open. Dunne
gordijnen waaien zachtjes naar binnen als de warme wind ertegen blaast. Plotseling zegt een van
hen: 'Kijk eens, de koning wandelt met die asielzoeker uit Juda.'
Een paar mannen staan op en kijken ook.
Ja, koning Darius heeft zijn arm vertrouwelijk geslagen
om de gebogen schouders van de oude
Daniël. Ze lopen gezellig te praten. Soms hoor je de lach van de koning opklinken. Een van de
adviseurs, Slassar, zegt zuur: 'Ik kan die jood niet uitstaan.'
'Hij is anders een goede minister.' antwoordt een stadhouder,
die het voor Daniël op wil nemen. 'En hij
zorgt goed voor het volk.'
'Ja, een beetje te goed!' zegt de adviseur weer. 'Ik heb horen vertellen dat de koning hem zelfs
onderkoning wil maken. Stel je voor. Een allochtoon als onderkoning!'
Hij werpt een boze
blik de tuin in.
'De koning vindt hem anders heel bijzonder,' zegt de stadhouder weer.
'Heel bijzonder!' stuift Slassar op. 'Die man is niet normaal. Weten jullie wel dat hij driemaal per dag
voor het open raam tot zijn God bidt?'
Hij neemt een slok wijn
en vervolgt: 'Maar we houden hem goed in de gaten. Als we hem op een fout
kunnen betrappen, dan is hij er gloeiend bij.'
Een minister haalt zijn schouders op en zegt: 'Dan kun je lang wachten, Slassar. Daniël is trouw en
werkt heel precies.'
Hij strijkt met zijn hand langs zijn baard en voegt er aarzelend aan toe: '... Tenzij we iets
tegen hem kunnen vinden in de dienst van zijn God.'
'Wacht! Ik heb een plan!' roept Slassar uit. Iedereen komt om hem heen staan en Slassar vertelt wat
hij net bedacht heeft om Daniël ten val te brengen.
De volgende dag staan de ministers en stadhouders voor de koning.
'O, koning, leef in eeuwigheid. We vinden dat u een wet moet maken dat niemand deze maand tot een
god mag bidden, alleen tot u. En wie het toch doet, zal
in de leeuwenkuil gegooid worden.'
De koning is verbaasd over dit voorstel. Hij trekt zijn wenkbrauwen hoog op en kijkt hen één voor één
aan.
'Iedereen in het land moet weten dat u de baas bent, majesteit.' zegt Slassar vleiend.
De koning knikt bedachtzaam, weifelt nog even en grijpt dan de pen. Hij tekent het besluit.
Als Daniël hoort dat deze wet is getekend, gaat hij naar huis. Hij heeft een bovenkamer met open
ramen aan de kant van Jeruzalem en zoals gewoonlijk buigt hij zijn knieën. Hij gaat niet in een kast
zitten of onder het bed liggen bidden. Denken ze soms dat hij zich schaamt voor zijn God? Denken ze
soms dat een bevelschrift van de koning hem zal doen ophouden te bidden? Dan hebben ze het mooi
mis. Daniël blijft bidden tot God.
Zodra de vijandenDaniël voor het raam zien bidden, rennen ze naar de koning om het te vertellen. Ze
dringen er bij hem op aan om Daniël in de leeuwenkuil te gooien, omdat een wet van Meden en
Perzen nooit herroepen mag worden.
De koning merkt dat hij in de val is gelopen
. Hij probeert van alles om zijn vriend te bevrijden, maar tevergeefs.
Bij het licht van fakkels wordt Daniël in de avond opgehaald om in de leeuwenkuil geworpen te
worden. De koning is erg bedroefd.
'Ik hoop dat uw God, die u met uw hele hart dient, u zal bevrijden.'
Er wordt een steen gelegd op de opening van de kuil. Darius verzegelt die met zijn zegelring.
Zo'n hete, donkere, angstige nacht heeft Daniël nog nooit meegemaakt. Om hem heen loert het
doodsgevaar.
Er hangt een geur van leeuwen en leeuwenuitwerpselen. Hij hoort hun gesnuif en het zachte
grommen, waarmee ze met elkaar contact onderhouden. Hij voelt hun vachten als ze langs hem
lopen. Elk moment kan hij een harde dreun verwachten, scherpe klauwen voelen of een felle pijn.
Maar Daniël weet bij wie hij kan schuilen. De Heer is immers zijn schild en pantser.
De koning kan niet slapen. Wat een nacht! Daniël, zijn vriend, gedood door de leeuwen. Of...
Zodra het lichter wordt houdt hij het niet langer uit. Hij rent naar de leeuwenkuil. Met betraande ogen
en bedroefde stem roept hij uit: 'Daniël, leef je nog? Heeft je God je kunnen bevrijden?'
Er weerklinkt een ijselijk gebrul van een leeuw. De koning deinst achteruit, geschrokken...
Net wil hij zich omkeren om weg tegaan als hij plotseling een bekende stem hoort. 'O, koning, leef in
eeuwigheid! Mijn God heeft een engel gestuurd en die heeft de muil van de leeuwen dichtgehouden.
Ze hebben mij niets gedaan omdat ik onschuldig ben.'
Wat is de koning blij. Zijn vriend leeft nog. Zijn God heeft hem gered.
Daniël wordt opgehesen en is weer vrij.
Zijn vijanden hebben echter geen redder. De leeuwen verscheuren hen met huid en haar.
Koning Darius schrijft een rondzendbrief. Daarin geeft hij bevel om in zijn gehele rijk de God
van Daniël te eren, want alleen Hij is de enige echte God.
In de grote paleistuin wandelen Darius en Daniël. De koning heeft zijn arm geslagen om de gebogen
schouders van zijn oude vriend. 'Vertel me alles, Daniël. Alles van die hete, donkere, angstige nacht
bij de leeuwen.'
Daniël vertelt en zo nu en dan horen de bedienden de lach van de koning weerschallen tegen de
gebouwen.
add
Read 7775 times Last modified on vrijdag, 22 juli 2016 00:23
Login to post comments